Zoeken

Annemieke Wolthuis in De Schijnwerper

annemieke wolthuisAnnemieke Wolthuis, sinds 2007 in dienst als onderzoeker bij de vakgroep Internationaal en Europees recht van de Open Universiteit, deed haar studie rechten in Maastricht, gevolgd door een llm in International Law & Human Rights aan het Raoul Wallenburg Institute in Lund, Zweden. Vervolgens heeft zij een jaar in Genève bij de NGO Group for the Convention on the Rights of the Child en een jaar in Kopenhagen bij het Danish Centre for Human Rights gewerkt. Bij Defence for Children International is zij als stafmedewerker en projectleider actief geweest op een breed terrein van kinderrechten, zoals het jeugdstrafrecht en herstelrecht, vreemdelingenbeleid, internationale kinderontvoering en handel in kinderen voor seksueel misbruik. Zij werkt aan een promotieonderzoek over jeugdherstelrecht (vormen van slachtoffer-daderbemiddeling en groepsoverleggen) in reactie op jeugdcriminaliteit vanuit een internationale invalshoek. In Utrecht heeft zij haar werkplek bij het Verwey-Jonker Instituut, een onafhankelijk onderzoeksinstituut voor advies en innovatie op sociaal-maatschappelijk terrein, waar zij ook advies verleent op het terrein van jeugd en recht.

Van 9 tot 12 september 2009 woonde zij in Ljubljana een internationaal congres bij van de European Society of Criminology met als titel 'Between Human Rights and Effective Crime Control.' Lees ook haar verslag van dit congres. Dit verslag zal ook te lezen zijn in het oktobernummer van het Tijdschrift voor Herstelrecht (TvH).

Wat is het nut van deelname aan (internationale) congressen in het algemeen?

draak ljubljanaAnnemieke: Het verruimt je blik op een bepaald thema, doordat verschillende experts op zo'n bijeenkomst bijdragen leveren over een onderwerp. Zeker als die experts uit verschillende landen komen met verschillende achtergronden en culturen. Verder dwingt het geven van een presentatie tijdens een workshop je om je onderzoek op een korte en representatieve manier uit te werken. Maar het is ook vooral heel leuk. Niet in het minst door de contacten die je opdoet en de nieuwe omgeving die je leert kennen. Zo heb ik op het congres in Ljubljana veel nieuwe buitenlandse contacten opgedaan, niet alleen uit Europa, maar ook bijvoorbeeld uit Australië. Ook al bekende collega's heb ik beter leren kennen door intensief samen met elkaar op te trekken. Een nieuwe stad leren kennen is natuurlijk leuk, samen met vakgenoten tafelen en een fietstocht maken door het Sloveense berglandschap: het draagt allemaal bij aan een nuttig en plezierig verblijf.

Heb je voor je eigen onderzoek ook direct baat gehad bij dit congres?

Annemieke: Ja, de literatuur die ik bestudeerd heb voor mijn presentatie ga ik nu verder verwerken in mijn proefschrift. Ik denk erover een deel te verwerken tot een publicatie over herstelrecht voor jeugdigen en mensenrechten. Ik heb door de bijdragen van andere onderzoekers in mijn eigen workshop nieuwe informatie gekregen zoals recente evaluaties over herstelprojecten en gedachten over rechtswaarborgen die mijn onderzoek verder kunnen brengen. Ook de uitwisselingen over ervaringen met herstelgericht werken/mediation in strafzaken die ik na afloop van het congres al had via e-mail met onderzoekers in België en Australië zijn nuttig voor mijn eigen onderzoek.

Het volgende congres is waarschijnlijk dan ook al gepland?

Annemieke: Zeker. Ik ga een paar keer per jaar naar congressen of studiedagen in binnen- en buitenland. Ik ben nu al bezig een bezoek te plannen naar Nieuw Zeeland in december dit jaar om voor mijn onderzoek meer zicht te krijgen op het veel aangehaalde Family Group Conferencing model. Jongeren die daar de fout ingaan en strafrechtelijke feiten plegen komen in eerste instantie in aanmerking voor een Family Group Conference. Het systeem geldt wereldwijd als een rolmodel. Slachtoffer en dader komen met een bemiddelaar en mensen uit hun beider sociale netwerk bij elkaar. Op die manier wordt een oplossing gezocht om het aangedane leed te herstellen.
Het belang van informatieuitwisseling kan niet genoeg benadrukt worden. Een belangrijk middel hiertoe zijn ook de wetenschappelijke tijdfschriften. Zelf zit ik in de redactie van het Nederlands/Vlaamse Tijdschrift voor Herstelrecht.

Heb je bij de Open Universiteit behalve een onderzoekstaak ook een onderwijstaak?

Annemieke: nee, ik heb de volledige vrijheid gekregen me alleen met mijn onderzoek bezig te houden. De vakgroep Internationaal & Europees Recht was op het onderwijsgebied goed voorzien. Ik was al als buitenpromovendus begonnen met het onderzoek en wilde me graag drie jaar volledig, dat wil zeggen de 32 uur per week die ik werk, aan het proefschrift kunnen wijden, zodat het ook een reëel traject zou worden. Mijn promotor is Jaap Doek, emeritus hoogleraar jeugdrecht aan de VU en mijn begeleiders, Tilly Draaisma en Paul Janssen bij de Open Universiteit, zijn werkzaam bij de sectie Internationaal & Europees Recht.
Ik hoop dat wat onderzoekers inbrengen in de faculteit ook zijn weerslag heeft op het onderwijs. Daarvoor zijn bijeenkomsten als Work in Progress, waarbij onderzoekers een stukje van hun werk presenteren en er discussie volgt met collegas, van belang.

Hoe ervaar jij het werken aan de Open Universiteit?

Annemieke: de Open Universiteit is een prettige en flexibele werkgever. Omdat ik jonge kinderen heb en in Utrecht woon is het prettig dat ik maar af en toe in Heerlen hoef te zijn. Het concept van life long learning spreekt me zeer aan. Zon promotieonderzoek zie ik als deel van een leerproces. Het brengt je verder en dieper in een klein stukje van dat grote juridische veld.

Je werkplek heb je aan het Verwey-Jonker Instituut in Utrecht (als onafhankelijk onderzoeksinstituut voor advies en innovatie op sociaal-maatschappelijk terrein voorziet het opdrachtgevers van wetenschappelijk onderbouwde antwoorden op sociaal-maatschappelijke vragen). Voor jou ongetwijfeld een inspirerende omgeving. Maar hoe ben je daar als jurist terechtgekomen?

Annemieke: Het is zeker een inspirerende werkomgeving. Toen ik net bezig was met de onderhandelingen over de baan bij de Open Universiteit, werd ik door hen benaderd om eens te komen praten over een vacature. Ze waren namelijk op zoek naar een jurist. Ik heb toen gezegd dat ik graag wilde komen praten, maar liever over een werkplek voor het schrijven van mijn proefschrift dan over die vacature. Dat vonden ze wel leuk, want ze zijn ook wetenschappelijk georiënteerd en hebben intern ook een paar medewerkers die bezig zijn met promotieonderzoek. Ik ben verbonden aan de onderzoeksgroep jeugd-opvoeding en ondersteuning en denk soms mee over offertes of onderzoeken rond jeugd en criminaliteit. Dat moet niet meer dan een paar uur per week in beslag nemen. Vorig jaar heb ik met collega's een evaluatieonderzoek binnengehaald naar herstelgericht werken binnen een justitiële jeugdinrichting (Teylingereind in Sassenheim). Dat lag zo op mijn onderzoeksterrein dat ik projectleider van dat onderzoek ben geworden. Daar heb ik een tijdje een dag extra voor gewerkt. Veel van het praktische werk van de interviews en analyses is door collega's en een stagiaire gedaan. Een deel van het literatuuronderszoek en de aansturing deed ik. Dit heeft ook weer veel opgeleverd voor mijn eigen onderzoek.
Er werken een paar juristen bij het instituut, maar ook criminologen en veel sociale wetenschappers (sociologen, psychologen, pedagogen, &). Juist die interdisciplinariteit is zo inspirerend. Het herstelrecht (een stroming in het denken over criminaliteit waarbij herstel van de geleden schade centraal staat) is ook een heel interdisciplinair onderwerp, waarin het (internationale en nationale) debat wordt gevoerd door experts uit die verschillende hoeken.

Je doet onderzoek naar jeugdherstelrecht. Wat betekent 'herstelrecht'?

Annemieke: Restorative Justice of herstelrecht is een internationaal groeiende benadering van reageren op criminaliteit.Er bestaat geen algemeen geaccepteerde definitie van herstelrecht, maar centrale noties zijn dat het zich richt op het herstellen van schade (zowel immaterieel als materieel) en op herstel van relaties. In de dialoog die plaatsvindt tussen slachtoffer en dader, en vaak hun beide netwerken, krijgt de dader de gelegenheid om verantwoordelijkheid te nemen en wordt hij geconfronteerd met de gevolgen van zijn daad. De aangerichte schade en het leed bij het slachtoffer en/of de maatschappij staan daarbij centraal. Herstelgerichte praktijken kunnen in verschillende vormen plaatsvinden,. Voorbeelden zijn slachtoffer-daderbemiddeling en conferencing, waarbij naast dader en slachtoffer ook relaties van beide partijen aanwezig zijn en deelnemen aan het gesprek. Herstelrecht kan zowel buiten of voorafgaand aan een strafproces gebruikt worden, maar ook tijdens of na een strafproces. Vrijwillige deelname staat in de meeste praktijken centraal. Vaak wordt de uitkomst, een verontschuldiging, schadevergoeding of dienstverlening opgeschreven in de vorm van een contract. Afhankelijk van de doorverwijzingsinstantie kan de afspraak dan uitgevoerd of bevestigd worden. Als de afspraak niet gerealiseerd wordt, vindt een andere (vaak strafrechtelijke) afhandeling plaats. In de praktijk wordt herstelrecht in eerste instantie veel ingezet in reactie op jeugdcriminaliteit.
Herstelrechtelijke praktijken zijn ondermeer ontwikkeld eind jaren zeventig in landen als Nieuw Zeeland, Australië, en Noord-Amerika, veelal geïnspireerd op eeuwenoude gebruiken door inheemse volken in het omgaan met conflicten binnen de gemeenschap. In Europa werd men hierdoor geïnspireerd, maar ontwikkelden zich ook onafhankelijk daarvan bemiddelingspraktijken.,Dit heeft geleid tot een veelheid en diversiteit aan herstelgerichte projecten en structuren voor zowel jeugdigen als volwassenen.
De ontwikkeling van herstelrecht in de jaren tachtig en negentig ging gepaard met een groeiende aandacht voor de rechten en behoeften van slachtoffers van delicten. In Nederland heeft dit geresulteerd in verschillende experimenten met eerst dading en later herstelbemiddeling. Op het terrein van jeugdstrafzaken is in Nederland reeds ervaring opgedaan met pilots en herstelprojecten op diverse plaatsen in het land. Het betreft echter veel lokale projecten die voornamelijk worden ingezet bij lichte feiten. In navolging van het Europese Kaderbesluit en nationale evaluaties krijgen sinds 2007 slachtoffers en ook jonge daders van misdrijven een aanbod van Slachtoffer in Beeld tot het aangaan van een slachtoffer-dadergesprek. Officieel valt dit echter buiten het strafrecht. Een heldere structuur en specifieke wetgeving is in Nederland momenteel niet voorhanden in tegenstelling tot een groeiend aantal andere Europese landen zowel in West- als in Oost-Europa.

Dat was ook het thema van je eigen bijdrage aan het congres?

Annemieke: Ja, mijn bijdrage ging over herstelrecht en kinderrechten. Ik zie in de kinderrechten zoals neergelegd in het VN-verdrag voor de rechten van het kind en in aanvullende richtlijnen een basis voor het werken met herstel. Deze regels wijzen op een pedagogische aanpak, op opsluiten als allerlaatste middel, op de inzet van diversie. Ze geven voorrang aan buitengerechtelijke afdoening waar mogelijk en aan alternatieven voor detentie. Alle interventies dienen bovendien gericht te zijn op re-integratie. Nieuwere internationale en Europese regels wijzen expliciet op het bevorderen van herstelrecht in reactie op jeugdcriminaliteit. Ook het Comité inzake de Rechten van het Kind wijst hierop in General Comment 10 van 2007 en in de adviezen aan individuele lidstaten ter verbetering van de positie van kinderrechten in het betreffende land. Tegelijkertijd is het nodig om herstelrecht voor jeugdigen ook te toetsen aan de kinderrechten. Met Mitchell en Moore zie ik de noodzaak om een 'rights based restorative justice' te ontwikkelen. Rechtswaarborgen spelen daarbij een rol, maar dienen tevens afgewogen te worden aan de eigenheid van het herstelrecht ten op zichte van het geldende (jeugd)strafrecht. Ook binnen de mensenrechten is het niet altijd evident welke regel de voorrang geniet.

Wat zou je na je promotie het liefst willen gaan doen?

Annemieke: Dat is een lastige vraag ... maar ik wil zeker actief blijven op het terrein van jeugdrecht en/of jeugdbeleid, liefst met een internationale twist. Maatschappelijk relevant onderzoek met een praktijkelement: daar denk ik aan. Ik ga me ook eens verdiepen in de mogelijkheden kinderrechter plaatsvervanger te worden, naast een andere functie. Toen ik in Maastricht ging studeren was dat een van de banen die me mooi leek.

Tekst: John Dohmen